OPENINGSUREN

 

Enkel op Afspraak

 

ADRES

 

Parelmoerboog, 17

4533 BB Terneuzen

tel. +31 (0)6 21 11 38 21

 

email:  muziekatelier17@gmail.com

copyright Muziekatelier Othene

 

Cajon

Een cajón (spreek uit als "kachón") is een handtrommel met een slagvlak van hout en komt oorspronkelijk uit Peru, waar dit instrument veel wordt gebruikt als begeleidingsinstrument voor dansen als de tondero, de zamacueca en de Peruaanse wals. De cajón is ooit uit armoede ontstaan. Tijdens de lange overtocht naar (Zuid-)Amerika waren meestal geen muziekinstrumenten aan boord, maar wel - al dan niet lege - kisten. Deze werden gebruikt als percussie-instrumenten, waaruit uiteindelijk de cajón ontstond.

De cajón is op verschillende manieren te bespelen, waardoor de elementen van een slagwerk (bass, snare en hihat) gecombineerd kunnen worden. Binnen in de veelal rechthoekige holle kast zijn tegen de voorkant rieten geplakt, die zo gemonteerd zijn dat zij kunnen rammelen. Bij de duurdere kasten worden hier metalen snaren gespannen. Hierdoor wordt het "snare"-geluid van een traditionele snaredrum gecreëerd. Ook wordt er vaak een bosje met lichtmetalen belletjes aan de binnenkant gespannen. Aan de achterkant van de cajón bevindt zich een rond gat voor de akoestiek. Een cajónspeler zit op zijn instrument en bespeelt dit met beide handen, en soms zelfs met de hakken.

In de jaren 70 werd de cajón als ritme-instrument in Spanje geïntroduceerd door Manuel Soler, destijds percussionist bij de groep van de gitarist Paco de Lucía (flamenco). Ook het muzikale duo Ibeyi maakt gebruik van het instrument.

Het is een instrument met onbepaalde toonhoogte, net als bijvoorbeeld de djembé. Bekende bespelers van het instrument zijn: El Pirana, Cepillio. Nederlandse cajónspelers zijn: Antal Steixner, Arthur Bont.

Bodhrán

De bodhrán (uitgesproken als bèwron ) is een Ierse lijsttrommel die bespeeld wordt met een soort trommelstok met één of twee slageinden, 'tipper', ‘cipin’ of 'beater' genoemd. Als de bodhrán met de rechterhand bespeeld wordt, kan de speler met de linkerhand de toon in hoogte laten veranderen door die hand tegen het vel te houden en van boven naar beneden te bewegen of op andere manieren tegen het vel te houden of te drukken. 

Twee gekruiste latten of stukken rond hout aan de achterkant van de trommel kunnen dienen als steun voor de stemmende hand. Oorspronkelijk werd het kruis gebruikt om de drum aan vast te houden wanneer deze lopend bespeeld werd en om vervorming (eivormig worden) van de rand te voorkomen. Tegenwoordig worden ook veel bodhráns zonder kruis erin gemaakt.

Oorspronkelijk was een bodhrán niet meer dan een hoepel van hout bespannen met een (geiten)vel. Een dergelijke trommel wordt erg beïnvloed door weersomstandigheden, luchtvochtigheid en dergelijke. Op een regenachtige dag kan het vel van een niet stembare bodhrán binnen een uur zo slap hangen dat hij niet meer bespeelbaar is. 

Naarmate de interesse in de bodhrán groeide ging ook de ontwikkeling van dit instrument verder. Dit resulteerde in de ontwikkeling van "stembare" bodhráns. Een stembare bodhrán heeft aan de binnenkant een mechanisme en een "stemring". Het mechanisme bestaat uit stemschroeven (tussen de 4 en de 8 meestal) die de stemring naar beneden duwen waardoor het vel strakker of minder strak gespannen kan worden, waardoor zowel de effecten tegengegaan kunnen worden die veroorzaakt werden door veranderde weersomstandigheden of hoge luchtvochtigheid, als dat je de algehele toonhoogte van de bodhrán kan veranderen.