Blokfluit info

Onderstaande info is overgenomen van www.blokfluitpagina.nl

BLOKFLUITMUZIEK

 

De interesse in het blokfluit spelen is nog steeds groeiend. Bovendien worden er volgens de Stichting Blokfluit ook steeds meer muziekstukken speciaal voor blokfluit gecomponeerd. Volgens hun database werden er in de 20ste eeuw tot 1960 ongeveer 140 stukken geschreven. In de zestiger jaren groeide dat aantal met ongeveer 200 nieuwe stukken, in de zeventiger jaren met ongeveer 550 nieuwe stukken, in de tachtiger jaren met ongeveer 740 stukken en in de negentiger jaren met meer dan 930 stukken.

 

 

 

BLOKFLUITPROBLEMEN

 

Elke blokfluit heeft onderhoud nodig en soms heeft een blokfluit echt een probleem. Jan Bouterse geeft hier onder in het kort een toelichting op de problemen die u bij uw blokfluit kunt tegenkomen.

 

  • Heesheid

 

Dit heeft vrijwel altijd te maken met condensvocht in de kernspleet. Dit vocht ontstaat altijd bij het spelen, maar geeft weinig problemen wanneer het een dunne film over de blokbaan of het dak van de kernspleet vormt. Bij een vuile of vette spleet, of wanneer de kop van de blokfluit onvoldoende is warm geblazen, of ook bij een te smalle of onregelmatig gevormde kernspleet kan de condens zich als als druppels ophopen. Remedie: warm blazen van de blokfluit, ontvetten van de kernspleet (met een anti-condensmiddel) of anders een servicebeurt bij een fluitenbouwer of -reparateur.

 

  • Tonen die niet aanspreken

 

Vaak gaat het daarbij om 'lastige tonen' als de cis3 of f3 op de altblokfluit. De oorzaken kunnen velerlei zijn: van een uitgesleten duimgat tot een te hoog blok. De fluitenbouwer zal vragen of de problemen er altijd zijn geweest, of van recenta datum zijn. Soms is de oplossing van het probleem simpel, maar vaak ook niet.

 

  • Onzuivere tonen

 

Soms kunnen onzuivere tonen worden bijgestemd door vingergaten bij te snijden, maar de oorzaak ligt eigenlijk steeds in onregelmatige krimp van de boring. Hinderlijk zijn octaafsprongen die te wijd (geworden) zijn, bijv. a1-a2 op de altblokfluit. Naruimen van de boring is iets wat jij bij vals geworden blokfluiten in de eerste plaats zou moeten doen, maar dat kan het beste door de bouwer van het instrument zelf gebeuren.

 

  • De blokfluit klinkt in zijn geheel te laag, of te hoog

 

Was dit altijd zo? Soms kan een middendeel van een te lage blokfluit door een fluitenbouwer iets worden ingekort, maar vaak gaat dit ten koste van de zuiverheid of het aanspreken van de tonen. Een ervaren fluitenbouwer heeft nog een paar andere trucs om de stemming van een blokfluit aan te passen, maar steeds geldt dat het instrument er niet echt beter van wordt.

 

  • Tonen waarvan de klank slecht is ten opzichte van andere tonen

 

Dit is meestal een lastig probleem. Voorbeeld: bij een altblokfluit de lage g (g1) die sterk boventonig is, terwijl de a1 juist heel 'kaal' klinkt. Dit ligt meestal aan het ontwerp en de afwerking van de blokfluit. Dat geldt ook voor bijgeluiden als wolftonen, 'ritsels' en ruis die niet door heesheid wordt veroorzaakt. Het kost een fluitenbouwer veel tijd om de oorzaken van zulke problemen te achterhalen, en nog meer moeite om er iets aan te kunnen doen.

 

  • Scheuren

 

Bij scheuren gaat het om de plaats in de blokfluit waar de deze optreden. Bij een houtsoort als palissander met wat grotere houtvaten zijn scheuren vaak moeilijk te zien. Soms kunnen scheuren (goedkoop) worden verlijmd, vaak ook is een (duurdere) versteviging van het hout nodig met een ring van bijv. kunstivoor of metaal, zoals bij de tapholtes of in de omgeving van de kernspleet.

 

  • Schimmel

 

Een regelmatig voorkomend probleem, vooral in blokfluiten die van zachte houtsoorten zijn gemaakt. Soms zit de schimmel alleen in het oppervlakkige vuil in de kernspleet. Bestrijding en verwijdering van de schimmel is vaak wel mogelijk, maar het hout heeft vaak nogal te lijden gehad van de aantasting; bovendien kan de schimmel terugkeren.

 

 

 

HET ONDERHOUD VAN DE TAPPEN EN KURK-RINGEN

 

Wat moet je doen als een van de kurkringen van je blokfluit los gaat zitten of kapot is? Als de kurkring om de tap slijt en kapot gaat dan kun je hem beter verwijderen en vervangen door garen. De fabrikant gebruikt namelijk alleen maar kurk omdat dat goedkoper is aan te brengen dan een wikkeling van garen.
En hoe kun je het beste draad om de tappen wikkelen? Hieronder volgt een aantal praktische tips.


 

 

Veel reparateurs gebruiken contactlijm om de kurkringen vast te lijmen. Als de kurk los gaat zitten en het heeft nog de goede vorm, dan zou je dit ook kunnen proberen. Als er echter stukjes kurk ontbreken of als de kurk vervormd is dan kun je de kurk en lijmresten met een mesje wegkrabben en er draad omheen winden. Gebruik altijd garen dat slijtvast is, b.v. knoopsgatgaren of polyester siersteekgaren, verkrijgbaar in vrolijke kleurtjes bij de HEMA. Je blokfluit is dan duidelijk herkenbaar, maar er is niemand die dat ooit zal zien, behalve jij zelf.

 

Wat ook veel docenten adviseren is het gebruiken van waxed tandfloss, zoals ‘waxed dentotape’ van Johnson & Johnson.

Die floss hecht goed aan elkaar en geeft een effect alsof de draad verzadigd is met tappenvet. Het werkt het beste wanneer je niet de draad om de tap windt, maar de fluit draait en de draad strak houdt, zodat er geen kronkels in de draad komen.

 

De draad hoeft niet aan de blokfluit te worden vastgeknoopt; een paar strakke windingen over het einde van de draad voorkomen dat hij wegglijdt. Wind daarna een paar lagen draad om de tap en controleer daarbij af en toe dat de blokfluitonderdelen nog in elkaar geschoven kunnen worden. Als het uiteinde nauwsluitend, maar niet te strak past, breek dan de draad af en wind het eindje gewoon verder om de tap. Je kunt de draad nu insmeren met tappenvet. Dit zorgt ervoor dat de draad op zijn plaats blijft en dat de onderdelen gemakkelijker over elkaar glijden.

Een van de voordelen van het gebruik van draad is dat wanneer de verbinding te los gaat zitten, je er gewoon wat meer daad omheen kunt winden en als de verbinding te strak wordt, je er gewoon een laagje draad af kunt halen.

Als je de draad goed verzorgt door hem regelmatig in te vetten dan zul je geen probleem hebben met losse eindjes die er bij gaan hangen. Als dit wel het geval is dan is dat een teken dat de draad weer moet worden ingevet.

 

Er is literatuur uit de 18de eeuw bekend waarin geadviseerd wordt om het begin van de draad op de tap vast te zetten met bijvoorbeeld zegellak. Het is namelijk frustrerend om te merken dat je de onderdelen niet los kunt krijgen omdat de draadwinding meedraait met het onderdeel dat je er vanaf probeert te draaien.

 

 

 

HET OLIËN VAN DE BLOKFLUIT

 

Informeer eerst of je blokfluit met paraffine is geïmpregneerd. Dat is iets wat met bijna alle blokfluiten wordt gedaan die zijn gemaakt van zachte houtsoorten zoals peer en esdoorn, om ze vochtbestendiger te maken. Als je blokfluit inderdaad is geïmpregneerd dan hoef je je over het oliën geen zorgen te maken omdat de olie niet in het hout zal trekken vanwege de paraffine.

Er worden diverse soorten olie geadviseerd, maar lijnzaadolie koudgeperst, verkrijgbaar bij drogisterijen die kruiden en oliën verkopen, is het beste. Met een klein flesje doe je vele jaren.

De blokfluit moet goed droog zijn voordat je begint met oliën, zodat de olie er zo goed mogelijk in kan trekken. Doe hiervoor wat olie op een fluitwisser.

 

Neem de blokfluit uiteen en breng in de boring van elk van de onderdelen een dun laagje olie aan en controleer of je alle plaatsen gehad hebt door door de blokfluit naar een lichtbron te kijken. Er is echter één plaats waar absoluut geen olie mag komen. Dat is op het blok dat in de kop van de blokfluit zit, want dat moet namelijk juist zo goed mogelijk vocht kunnen opnemen. Zorg dus dat wanneer je olie aanbrengt in het kopstuk van de blokfluit, dat je ruime afstand houdt van de achterkant van het blok.

 

Zet de onderdelen van de blokfluit nu rechtop staand neer en laat de olie twee à drie uur intrekken en maak de fluit dan droog met een schoon lapje of tissue, dat je weer op het stokje klemt.

Controleer hem na de droogtijd en voor het schoonmaken nog even door er weer doorheen te kijken. Als er nog steeds een oliefilm op het hout zit dan heeft het hout de maximale hoeveelheid olie opgenomen. Als het hout er weer droog uitziet dan betekent dit dat het hout alle olie heeft opgenomen en misschien nogmaals geolied moet worden. Je kunt dat testen door een beetje olie (in de fluit) op het hout te smeren en te kijken of het erin trekt.

Bij een droge fluit trekt de olie meteen in het hout, dus een droogtijd van een uur of twee is voldoende. Als je de olie te lang laat zitten dan ontstaat er een plakkerige oliekoek die vuil en stof aantrekt en lastig is schoon te maken. Het is beter de fluit een dag later nog een keer in te oliën dan dat je de olie langer laat zitten.

Het geeft niet als er bij het oliën op de buitenkant van de blokfluit ook wat olie komt. Je krijgt van het oliën altijd een beetje vette vingers en zelf haal ik die dan over de buitenkant van de blokfluit, zodat die ook weer mooi gaat glimmen.

Controleer regelmatig hoe droog de binnenkant van de blokfluit is. Als hij droog is moet hij weer behandeld worden. Maar een keer of vier per jaar oliën is toch wel aan te raden. Voor kinderen is het vaak handig om een duidelijke richtlijn te hebben.

 

Sommige blokfluitbouwers raden aan om elke houten blokfluit in te oliën, of hij nou met paraffine geïmpregneerd is of niet. Hoe ouder hij wordt, hoe meer olie hij toch zal gaan opnemen, omdat de impregnatie nu eenmaal ook niet het eeuwige leven heeft.

Volgens sommigen hoeven grenadil blokfluiten niet geolied te worden omdat dit zo'n harde houtsoort is. Het is heel langzaam gegroeid en heeft een dermate hoog kalkgehalte, dat het toch geen olie opneemt, behalve klarinet-olie, dat zeer vloeibaar is. Door andere grenadil-blokfluitspelers wordt dit echter tegengesproken omdat zij voor en na het oliën met gewone blokfluitolie wel duidelijk verschil zien en horen.

 

 

Luchtstroom rond het labium

 

Op de website van Avraham Hirschberg van de TU Eindhoven stond ooit een artikel over de luchtwervelingen in een blokfluit. Daarop stonden ook bijgaande mooie bewegende beelden, die deze luchtwervelingen laten zien. Het volledige artikel is hier nog te vinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VAN SOPRAAN NAAR ALT (OF ANDERSOM)

 

Wat veel mensen, die alleen sopraan- of altblokfluit spelen zich vaak afvragen is hoe ze het beste de problemen die ze tegen zullen komen bij het leren bespelen van een tweede blokfluit, de baas kunnen worden en of ze de grepen van de noten van de twee instrumenten niet door elkaar zullen gooien. 
Hieronder volgt de goede raad van een aantal mensen die er ook tegenop zagen. En aan het eind wat tips voor de overstap naar de bas.

 

Laten we eerst eens vaststellen wat je zeker niet moet doen.

Iemand schreef hierover:

 

Zoals zoveel kinderen leerde ik op school sopraanblokfluit spelen en later besloot ik om ook alt te leren spelen. Ongelukkigerwijs leerde ik het door tegen mezelf te zeggen: "deze noot met die vingerzetting is een 'd' (of wat dan ook), dus dat noem ik altijd een 'd'. Het eindresultaat was dat ik ondanks dat ik vloeiend op beide blokfluiten kon spelen, ik de noten van de altblokfluit altijd naar de sopraan transponeerde en als iemand mij vroeg of ik een 'g' wilde spelen, dat ik niet wist wat een 'g' was! Ik moest de noot altijd eerst visualiseren op de notenbalk om me te realiseren dat het de noot was die ik een 'd' noemde. Het kostte me jaren om daar vanaf te komen.

 

Een ander schreef:

 

Vorig jaar maakte ik de sprong naar een altblokfluit nadat ik altijd alleen op een sopraan had gespeeld. Ik probeerde het spelen op de alt even goed te automatiseren als het spelen op mijn sopraan, als ik van bladmuziek speel. En na ongeveer een jaar op beide instrumenten spelen kan ik zeggen dat ik zover ben, of althans bijna.

Mijn ervaring nu is dat je de noten niet door elkaar gooit als je de noten bewust een naam geeft, dus: ik heb een alt in mijn handen, dus de greep voor een 'a' is 0 123 45.

Om de zaak nog wat moeilijker te maken ben ik een paar maanden geleden begonnen met het spelen van de bas, zodat ik nu ook te maken heb met de f-grepen op de bassleutel. Ik dacht dat dat mijn snelheid van het leren zou vertragen, maar ik denk dat het me zelfs geholpen heeft de f-grepen beter te beheersen.

Ik denk dat het de truc is dat je zoveel mogelijk moet spelen op alle instrumenten. Ik merkte dat mijn c-grepen wat onzeker werden toen ik op alt ging spelen, dus ik let er nu goed op dat ik elke keer dat ik speel zowel op een c- als op een f-instrument speel.

Mijn advies is dus: ga gewoon door met het spelen van beide instrumenten; creëer een uitdaging voor jezelf en na verloop van tijd zul je merken dat je het gestelde doel bereikt! Als je eenmaal twee instrumenten speelt, dan komt de rest een stuk gemakkelijker en ligt de hele blokfluitwereld voor je open.

 

Nog een mening:

 

Doe met het tweede instrument alsof je nog geen enkele greep kent. Plant elke greep daarvoor stevig in je geheugen alsof je hem voor de eerste keer speelt. Ik denk dat het een kwestie is van een nieuwe serie neurale verbindingen maken in je hersenen en deze hoeven niet verstorend te werken voor die je al voor het eerste instrument hebt.

Wees niet bang dat de vooruitgang die je maakte met je eerste instrument zal stoppen als je er een tweede bij neemt. En als je een meer gevorderde speler wilt worden dan moet je sowieso alle instrumenten leren spelen. En als dat een grote uitdaging is.... wel, dat is goed voor de training van je hersenen, nietwaar? Dus niet te benauwd zijn, gewoon blijven doen. Juist veel wisselen van instrument, daar wordt je ook handig van.

 

 

Het veel wisselen van fluiten helpt wel, maar er moet ook een goed soort hersenwerk bij verricht worden.

Wat dat laatste betreft schreef iemand anders:

 

Laatst waren wij, vier blokfluitspelers van gemiddeld niveau die al lang samen spelen, bezig met een serie Telemann fuga's voor SATB, die nog geen van ons eerder had gespeeld. Nadat fuga nr. 1 enigszins herkenbaar was gespeeld ruilden we onze partijen: elk switchte naar de partij van de speler rechts van hem/haar. Na nog twee wissels had elk van ons alle partijen gespeeld. Na het spelen van de laatste wissel begonnen we de ideeën van de componist in het stuk te begrijpen en waren we aan de tweede fuga toe.

Het ruilen van partijen kan volgens ons bijdragen aan het verbeteren van het vertrouwen in zichzelf van spelers die nog niet zo zeker van zichzelf zijn in het lezen van sleutels of nieuwe grepen.

Elke Heemskerk schreef: Toen ik (op volwassen leeftijd) de knoop doorhakte en altblokfluit wilde leren spelen was dat eerst niet zo gemakkelijk. Ik speelde immers al zo lang C-blokfluit, dat zat er gewoon in. Steeds weer probeerde ik om de grepen met de bijhorende tonen op de altblokfluit onder de knie te krijgen - het ging gewoon niet. In de vakantie ging ik er dan eens goed voor zitten, drie dagen achter elkaar alleen maar altblokfluit spelen. Ineens voelde ik een soort van "klik" in mijn hoofd - en vanaf dat moment ging het vanzelf! Dus: gewoon blijven doen!

Toch merk ik dat ik af en toe - wanneer ik moe of niet geconcentreerd ben - ineens de sopraangrepen op de alt speel of de altgrepen op de sopraan. Veel wisselen van instrument is ook een goede manier om flexibel te blijven.

Met de basstem heb ik nog wat meer moeite - niet om de noten te lezen want ik speelde vroeger piano maar om die op een F-blokfluit te spelen. Op de tenor bijvoorbeeld is dat geen probleem, ik denk nog steeds te veel in het C-systeem, op de basblokfluit zou ik het spelen echt moeten trainen. Maar ik houd de moed erin.

 

 

 

En dan natuurlijk de bas erbij:

 

De gewone basblokfluit speelt een octaaf lager dan de altblokfluit. Van beide blokfluiten is de laagste toon een F, dus de basblokfluit heeft dezelfde grepen als de altblokfluit. Het enige probleem is dat de F op de notenbalk van een bassleutel twee plaatsjes lager staat dan wat je bij de alt gewend bent (zie afbeelding hiernaast). En dat is even wennen.

Soms wordt wel eens als tip gegeven om een paar eenvoudige stukken die je goed op de alt kunt spelen over te zetten naar de bassleutel. Het voordeel is dat je de melodieën al kent en je vingers dus "weten" waar ze heen moeten. Je kunt je dan helemaal concentreren op de plaats van de noten op de notenbalk. Ga hier echter niet te lang mee door, maar stap over op eenvoudige, bestaande baspartijen zodra je het gevoel hebt een beetje vertrouwd te zijn met de bassleutel. Probeer elke dag een minuut of tien te spelen en je zult zien dat je er veel sneller aan gewend bent dan je dacht.

Er bestaat een paar methodes voor de basblokfluit. De titels vind je op de bladzijde met blokfluitmuziek. Onder het kopje van de Blokfluiterij is de Leergang voor de basblokfluit te vinden en daaronder de Workshop Bassblockflöte. Ook Herman Kaldewaij (Blokfluit & Muziek) heeft een prima boekje om bas te leren spelen voor slechts vier euro.

 

OPENINGSUREN

 

Enkel op Afspraak

 

ADRES

 

Parelmoerboog, 17

4533 BB Terneuzen

tel. +31 (0)6 21 11 38 21

 

email:  muziekatelier17@gmail.com

copyright Muziekatelier Othene

 

  • Facebook Social Icon